Molen 'de Koornbloem' te Goes

1809, bouw van een rosmolen

Doordat de watermolen in Goes was komen stil te liggen werd men geheel afhankelijk van de wind om graan te malen met als gevolg dat er bij langdurige windstilte problemen ontstonden met de bevoorrading van meel voor de bakkers.

De molen de Koornbloem was toen de enige korenmolen in Goes, waarvan alle bakkers in Goes afhankelijk waren voor de levering van meel.



Remijn verzoekt in 1809 het stadsbestuur van Goes om een rosmolen te mogen bouwen ‘binnen en aan het gebouw van zijn windmolen’. Een rosmolen is een molen waarbij de aandrijvingkracht wordt geleverd door een paard (ros) of een ezel.

Het gebouw van de roskorenmolen is aangegeven op een tekening uit de 19e eeuw. Het is een rechthoekig stenen gebouw van ca. 9 x9 meter. met een tentdak.

Bij langdurige windstilte kon met de roskorenmolen gemalen worden, zodat de bakkers toch van meel voorzien konden worden.

20 paarden

De werking van de rosmolen viel tegen; er waren 20 paarden voor nodig die telkens afgewisseld moesten worden en per dag konden niet meer dan 30 zakken graan worden gemalen. Dit was onvoldoende voor de dagelijkse behoefte van de bakkers in Goes. 

De extra kosten van paarden en drijvers kwamen voor rekening van de bakkers. De molenaar moest hiertoe een lijst bijhouden van de gemalen zakken graan en van de drijflonen, ter controle door de ontvanger der stedelijke belastingen. De extra kosten werden doorberekend in de broodprijs.

In 1837 wordt het verzoek ingediend om de rosmolen verwijderen, omdat er sinds al die tijd geen gebruik van was gemaakt. Doordat de rosmolen verzegeld is geweest, was ook geen onderhoud mogelijk, met als gevolg dat het gaande werk defect was en onbruikbaar. Doordat er een tweede windmolen was gebouwd kon de stad bij de minste wind al van meel worden voorzien. Er is toestemming verleend de rosmolen af te breken waarbij ook gelijktijdig het gebouw waarin de rosmolen was geplaatst moest worden opgeruimd.

Het maalwerk van de rosmolen is in 1838 verwijderd, het gebouw mocht op verzoek van nog 12 jaar worden gebruikt als houtschuur of bergplaats. Of de naam Paardeweg afkomstig is van deze rosmolen is niet bekend.